Een schone zaak
Ik ijsbeer door de woonkamer, zoals gebruikelijk ben ik te vroeg. Als iemand voor mij omrijdt, zorg ik dat ik klaar sta. Ik moet een trein halen, een sprintje op het laatst zit er niet in dus sta ik altijd veel te vroeg op het perron. Samen met een blinde vriendin ga ik naar de film. Om in de bioscoop op onze plaatsen te komen, hebben we hulp van het personeel nodig. Lukt altijd, maar handig om ruim op tijd te zijn. En dan heb ik het nog niet eens over de verdwaaltijd die ik inbouw als ik de weg ergens naartoe niet zeker weet. Om met mijn moeder te spreken: “Als ik al die uren dat ik wacht eens uitbetaald kreeg, had ik nu een gevulde bankrekening.” Mijn moeder had het in dit geval over al die uren in wachtkamers van oogartsen, waar we vroeger samen uren zaten. Ondanks al die uren wachtend op de oogarts werd en bleef mijn zicht vrijwel nul. Juist omdat ik niet zie en vaak afhankelijk ben van anderen of het openbaar vervoer, kan ik mijn tijd niet op scherp indelen. Je zou denken dat ...