Als meedoen belangrijker is dan winnen
Afgelopen weekend zaten we met vrienden in een huisje op de Veluwe. We speelden daar verschillende spelletjes afgeleid van de “alleskunner”. Gewicht, tijd en afstand schatten, waren voor mij gelijkwaardig te doen. Alle spelletjes met pingpongballetjes, elastiekjes schieten ofwel de hand-oog-coördinatie waren een stuk lastiger voor mij. Omdat het mij ging om meedoen en niet om winnen had ik enorm plezier. Ik probeerde bijna alle spelletjes, schoot met hulp van mijn jongste zoon voor het eerst in mijn leven gericht met elastiekjes, probeerde een pingpongballetje al stuiterend over tafel in een bakje te mikken. Kansloos natuurlijk, maar wel leuk om eens te doen.
Op mijn werk ervaar ik een vergelijkbare tegenstelling.
Applicaties die niet toegankelijk zijn of waar ik te langzaam mee ben, grote
tabellen die ik wel kan lezen maar niet kan overzien, rapporten die ik wel kan
lezen maar niet kan doorbladeren, handigheidjes in outlook met kleurtjes die
het voor mij niet handiger maken.
Daartegenover staan de momenten waarop ik in een gesprek
alle terzijdes die niet gezegd worden wel heb gehoord, mijn werkervaring inzet waardoor
ik snel kan schakelen of met mijn relativeringsvermogen
de stemming verlicht.
Overal in het nieuws lees je over het “onbenut
arbeidspotentieel”. Mensen met beperkingen die graag willen werken, maar aan de
kant staan. Ook hier is meedoen belangrijker dan winnen.
Ik werk al meer dan 25 jaar, toch bekruipt me steeds vaker
het gevoel dat ik niet voor 100% meedoe. Werken is belangrijk voor mij, naast
inkomen zorgt het voor zingeving en heb ik er plezier in. Ik moet er niet aan
denken dat ik niet meer zou werken. Toch beland ik tegenwoordig een paar keer
per dag in een situatie waarin ik me realiseer dat ik iets niet kan. Vroeger
zou ik net als bij de spelletjes hierboven, het gewoon proberen en wel zien hoe
ver ik zou komen. Tegenwoordig merk ik bij mezelf in dit soort situaties
tegenzin en frustratie op, waardoor ik het terzijde schuif en doorga met iets
anders. Is het mijn leeftijd die me minder flexibel maakt? Is de rek er uit na
al die keren dat ik niet mee kon doen?
Ben ik mijn jeugdige overmoed verloren? Of overkomt het me
simpelweg te vaak?
Als we al dat “onbenut arbeidspotentieel” echt goed willen
gebruiken, moeten we in mijn ogen naast mensen aannemen ook dat andere doen.
Zorgen dat iedereen volwaardig mee kan doen. Ruimte hebben en voelen om
spelenderwijs te ontdekken waar je grenzen liggen. Het werk zo organiseren dat je
capaciteiten worden benut, je frustraties afnemen en je plezier groeit.
Reacties
Een reactie posten