Met andere ogen
Zonder twijfel voel ik me het meest blind als mijn prothese-oog eruit is. “Oh, heb jij een prothese-oog dan?” Ja, een fantastisch staaltje vakwerk. Het oog draait mee en is waarheidsgetrouw. Alleen de pupil verandert niet als het donker wordt. Toen ik achttien was, kreeg ik hem en ik heb er een haatliefdeverhouding mee.
Het besluit voor een prothese te kiezen, was ingewikkeld. Ik
zat middenin mijn puberteit en mijn rechteroog deed onafgebroken pijn, het
traande en ik kon geen licht verdragen. Wel zag ik nog licht en donker, waarmee
ik me oriënteerde. Op jongere leeftijd zag ik er een fractie meer mee, maar na
een operatie op mijn twaalfde begon het gesodemieter.
Kies je dan voor pijn en een ultrakleine kans op termijn
misschien meer te kunnen zien of sluit je die kans uit en ben je pijnvrij. Na
lang wikken en wegen, koos ik voor dat laatste.
De eerste tijd bezocht ik jaarlijks, trouw mijn ocularist
(degene die de prothese maakt en onderhoud). Een aardige vrouw die vakwerk
leverde. Toch zat ik er telkens met buikpijn. Ik moest even zonder als zij de
prothese onder handen nam. Gelukkig kreeg ik na een paar jaar een nieuwe en had
ik een reserve voor deze momenten. Steeds vaker stelde ik mijn afspraak uit.
Algauw zat er een paar jaar tussen deze bezoeken. Toen zij met pensioen ging, adviseerde ze me een opvolger.
Afgelopen week was ik daar voor de tweede keer. Ook nu was
ik een paar jaar niet geweest. De praktijk zit in Den Haag en ik combineerde
mijn bezoek met een werkdag op kantoor. Thuis bestudeerde mijn man en ik google
streetview, zodat ik de route van tram naar het adres wist. Het was tijd voor
een nieuw oog, daarom zocht ik vooraf al mijn reserve ogen bij elkaar. Vrij
snel wist ik weer welke van de drie de nieuwste was. Gewapend met dit exemplaar
ging ik op pad. Een bekende uit de trein liep mee naar het goede tramperron,
een medereiziger hielp me de goede tram te nemen en een dame die op dezelfde
plek uitstapte, hielp bij het oversteken van het drukke kruispunt. Met behulp
van mijn navigatie vond ik het goede pand, waar een voorbijganger op verzoek de
juiste bel indrukte.
Ook nu een super aardige vakman. Ik wisselde van oog en hij
ging aan de slag met een nieuwe, waarbij hij mijn huidige prothese als
voorbeeld gebruikte.
Voor mij tijd om aan het werk te gaan. Ik liep terug naar
het drukke kruispunt, waar de tikker door het verkeerslawaai slecht hoorbaar
was. Het verkeer stond stil en het ratelde groen. Toch kwam er nog een auto
langs die vermoedelijk oranje pakte. Hij reed dwars over mijn stok. De bol van
mijn stok vloog eraf. Geschrokken vervolgde ik mijn weg. Een stok zonder punt
werkt niet, maar gelukkig heb ik voor dit soort gevallen altijd een reserve in mijn tas.
Het voelde raar met die oude prothese in en dan ook nog een
oude reserve stok, maar zonder verdere kleerscheuren arriveerde ik op kantoor.
Aan het einde van de dag herhaalde ik mijn reis per tram. Nu
extra alert bij het stoplicht. Het pand vond ik snel en nu wist ik ook welke
bel de juiste was.
Even passen en kletsen.

Reacties
Een reactie posten