Meebewegen
De wereld is visueel ingericht. Als je niet kan zien, is dat onhandig. Meestal zijn er trucjes of geitenpaadjes die mij helpen om hier niet echt bij stil te staan. Maar er zijn van die momenten waarop meebewegen voor mij de beste optie is. Al komt mijn opstandigheid soms bovendrijven.
Ik ben op mijn werk en ga koffie halen bij onze koffiebar.
Mijn thermobeker met deksel is buiten gebruik en ik neem mijn grote porseleinen
mok mee. Die gebruik ik wel vaker voor dit doel. Meestal wordt mijn bestelling
al gemaakt voor ik hem geef en ik kijk al uit naar de grote cappuccino. Tot
mijn verrassing instrueert degene die mijn bestelling opgenomen heeft haar
collega om mij een medium formaat te geven. De collega protesteert en zegt dat
ze mij altijd een grote geeft, wat ik bevestig. “Nee, nee, op deze beker zit
geen deksel veel te gevaarlijk voor die mevrouw. Ik geef haar altijd een
medium.” Ik ben stomverbaasd, sputter nog wat, maar besluit deze discussie niet
aan te gaan. Oké de kans dat ik mijn mok schuin houd, is groter. Ongetwijfeld
is dit zorgzaamheid vanuit goede bedoelingen, maar ik weet zelf echt wel wat
kan en wat niet. Op weg naar mijn werkplek vraag ik me af wat ik de volgende
keer zal doen. Protesteren of meebewegen? Ik vermoed het laatste, want ik ben
nogal een conflictmijder.
Letterlijk meebewegen komt ook voor. Bij het popkoor waar ik
zing, werken we aan de Choreografie. We hebben binnenkort een optreden en nu de
nummers zitten, is dit aan de beurt. Gelukkig geen echte dansjes, maar kleine
bewegingen, gezichtsuitdrukkingen of gebaren die wat we zingen ondersteunen. Ik
heb er een haat-liefde verhouding mee. Ik wil niet opvallen in het koor en dus
meedoen, maar mijn gebaren zijn vaak net anders. Bijkomend probleem, ik ken ze echt
niet. Sinds een jaar zing ik hier nu en om mij heen merk ik dat mensen zich nu
pas realiseren hoeveel er visueel en dus non-verbaal wordt overgebracht. En hoe
leg je dat dan uit? Gelukkig helpen de mensen om me heen en krijg ik tips. Heel handig dat we zingen, want zo kan ik
horen hoe snel men draait en zo goed mogelijk meebewegen. Al mijn focus moet
aan en aan het einde van de repetitie ben ik gesloopt. Toch ben ik blij dat ik
mijn schroom aan de kant heb gezet. Vroeger kreeg ik al buikpijn van te voren
als ik wist dat er bewogen moest worden. Tegenwoordig denk ik: “Ik probeer het
gewoon als het niet goed is, hoor ik het wel.”
Ander voorbeeld. Er wordt een groepsfoto gemaakt. Het is een
hoop gedoe voor iedereen goed staat en de fotograaf is zo bezig met zijn taak
dat hij geen geluid maakt. Ik vraag degene naast me dan in welke richting ik
moet kijken. Meestal gaat dat ongeveer goed, maar ik hoor ook vaak dat ik dan
net degene ben die niet in de lens kijkt.
Of een praatje van iemand met een microfoon. Vrijwel altijd
staan de boxen ergens anders dan de spreker. Ik ben geneigd me naar het geluid
te draaien en altijd super dankbaar als iemand in mijn buurt me de goede kant
op draait. Ook zo suf als ik zonder het te weten met mijn rug naar de spreker
blijf staan.

Reacties
Een reactie posten