Omgevingsgeluid

 Het is ‘s morgensvroeg als ik op het perron sta en mijn trein binnenrijdt. Net op het moment dat de deuren opengaan, waaraan ik hoor waar ik kan instappen, raast op het spoor achter mij een intercity langs. Even hoor ik niks meer. Gelukkig helpt een medereiziger me. Net op tijd stap ik in. Het is één van mijn nachtmerriescenario’s. Ik zie dan voor me hoe ik mijn trein mis, omdat ik te laat een open deur vind. In de praktijk gebeurt dit me nooit, maar elke bijna-keer voedt mijn onzekerheid hierover.

Op weg naar het station had ik ook al pech vandaag. Een veegwagen reed ongeveer gelijk met mij op. Dat ding maakte zo’n herrie waardoor ik behalve dat geluid niets meer hoorde. Het oversteken van straten en fietspaden was dus op hoop van zegen en flink zwaaien met mijn stok. Er was nog niet veel gaande op dit vroege tijdstip dus ik nam de gok en stak over. Bovendien liep ik een zeer bekende route.

Als ik diezelfde dag na een lange werkdag uitstap, heb ik weer geen geluk. Het is avondvierdaagse en een gillende stroom kinderen passeert net de tunnel bij mijn stationnetje. Hier moet ik wel om lachen, maar ik vraag me wel af hoe ik de enorme stroom voetgangers die tegen mij inkomt ga traceren. Ik spreek een medereiziger aan die meekijkt. Tussen twee scholen in is een gat in de rij en snel loop ik de tunnel door. De wandelgroep neemt de volledige stoep in die ik normaalgesproken volg. Daarom besluit ik mijn weg aan de overkant van de weg te vervolgen. Dat gaat een tijdlang goed. Tot ik bij een moeilijk oversteekpunt kom. Iemand die vanaf zijn balkon naar de avondvierdaagse kijkt, ziet het en wenkt een begeleider van de passerende school. Zo kom ik zonder kleerscheuren de drukke weg over en iets later dan gedacht ben ik thuis.

Op dit soort dagen prijs ik me gelukkig dat mijn oren het goed doen. Al heb ik er met dit omgevingslawaai dan even niets aan, normaal helpen ze me afstand, verkeer en obstakels inschatten.

Zijn er veel pratende mensen in een ruimte, harde muziek of lawaai van machines dan maak ik me als het even kan uit de voeten. Liever regen ik nat dan dat ik een capuchon of paraplu opzet. Verkeer maakt veel meer herrie op nat wegdek, maar iets op of vlak boven mijn oren stoort dan enorm. Ook hier geldt: bij een bekende route neem ik de gok. Maar moet ik oversteken dan sta ik liever in de stromende regen te luisteren dan dat ik net die ene voorbijganger mis.

Misschien is het daardoor dat ik niets begrijp van al die mensen die buiten met oortjes of koptelefoons op zich van A naar B spoeden. Mij niet gezien!



Reacties

Populaire posts van deze blog

Boem is ho!

Àfkijken

Inclusie, hype of trend?