Je ziet het pas als je het doorhebt !

 

Het is zoiets als oog hebben voor of  snappen waarom. Best logisch dat je het niet ziet als je er nooit mee geconfronteerd wordt. Soms hoor je de kwartjes vallen.

Die keer dat ik met een collega op kraambezoek ging bijvoorbeeld. We liepen samen door een drukke binnenstad. Smalle stoepen, winkelborden, tegenliggers en auto’s met twee wielen op de stoep. Steeds moesten we op straat lopen “Tjonge,” verzuchtte hij, “ik had me nooit gerealiseerd dat er overal zoveel obstakels zijn. Nu zie ik ze pas.”

Of in de stromende regen samen met je directeur naar een overleg wandelen. Ineens valt haar het laveren om de plassen op en hoort ze hoeveel lawaai het verkeer maakt op nat wegdek. “Hoe doe je dat eigenlijk als je alleen loopt? Krijg je niet vaak natte voeten?”

En extremer: in een propvolle metro middenin Parijs merkt je collega op “Oh, ik geloof dat ik nu begrijp waarom je samen wilde reizen. Ik dacht eerst nog, waarom vraagt ze dat? Ze is toch hartstikke zelfstandig. Maar ik kom hier ogen tekort.”

Aan de andere kant de subtiele signalen. Het duwtje tegen je schouder als je net iets te veel gedraaid staat, de uitleg die iemand je geeft als er een filmpje zonder geluid wordt getoond of de hand die zonder iets te zeggen wijst waar je kop koffie is neergezet.

Sommige mensen hebben het gewoon. Zij doen dit zonder erover na te denken en zonder dat zij ervaring hebben. Deze categorie heeft bij mij een streepje voor. Zoals een ander valt voor mensen met donkere ogen, val ik voor deze vanzelfsprekende oplettendheid. Al blijkt er vaak een logische verklaring voor. De jongen waar ik, om deze reden stapelverliefd op werd op de middelbare school, bleek een zusje met een beperking te hebben. Degene die je op een drukke bijeenkomst naar een stillere plek helpt, heeft zelf moeite met veel prikkels. De opmerkzaamheid wordt dan een tweede natuur.

Ik plaag mijn kinderen daar soms mee. “Jij krijgt later vast een partner die afwijkt van het gemiddelde.” zeg ik dan. Vol vuur beweren zij dat ze dat zeker niet willen. “Voor mij echt nooit een blinde partner hoor.” roepen ze.  “Echt veel te onhandig.”

Toch hebben zij er als geen ander oog voor. Illustratief waren laatst de berichtjes in onze gezinsapp. Op weg naar het station zag één van hen een deelscooter midden op de stoep staan en waarschuwde mij. Op zijn terugweg constateerde hij dat het nog erger kon!

(Voor degenen die de foto’s niet kunnen zien: op de tweede foto staan er twee scooters en kan je de stoep nauwelijks meer over.)

Kortom het is Cruijffiaans: je ziet het pas als je het doorhebt.











Reacties

Populaire posts van deze blog

Boem is ho!

Àfkijken

Inclusie, hype of trend?