Smeer het maar in je haar
Zeker, ook ik ben schuldig. Het eerste wat ik doe als ik me
in de trein installeer, is mijn oortjes in doen. Tijdens de vroege heenreis
naar mijn werk luister ik naar de radio. Vaak met een half oor omdat ik nog duf
ben. Ik vertrek bewust vroeg, want bij elk kwartiertje later, wordt het een
treinlading drukker.
Op weg naar huis luister ik vaak een podcast of boek. Ik ga
vrijwel altijd in de stiltecoupé zitten dan heb ik geen last van kletsende
medereizigers. Het enige dat je hoort zijn typende vingers op laptops en een
enkel pingeltje van een binnenkomend bericht. En o ja, mensen die ’s morgens
hun bakje yoghurt naar binnen lepelen.
Iedereen zit in zijn eigen coconnetje, in zijn eigen wereld,
vaak compleet afgesloten van wat er om hen heen gebeurt. Meer dan eens duurt
het even voor mensen mij na binnenkomst zien zoeken naar een vrije plek of
laten mensen achteloos de klapdeur los die ik vervolgens tegen me aan krijg.
Gelukkig zijn er ook veel zeer attente en behulpzame
forensen en beginnen mensen elkaar te herkennen op dit vaste traject. Laatst
veranderde het vertrekspoor vlak voor tijd en liep ik nog op het verkeerde
perron. Een medereiziger herkende me en bood aan mee te lopen naar het goede
spoor.
Dat forenzen lijkt een soort afspraak waar we met zijn allen
in beland zijn. We zitten in dezelfde trein, op weg naar werk of huis, maar
liefst in onze eigen bubbel. Soms prikkelt je neus door een parfum of kop
koffie van iemand anders.
Graag kruip ik als het even kan op een plekje voor twee bij
het raam. Deze plaatsen zijn populair en het eerst en meest bezet. Je kan dan
lekker een beetje in het hoekje hangen en hebt geen last van passerende
reizigers of lange benen tegenover je.
Er valt me alleen wel iets op de laatste tijd. Als ik ga
verzitten, plakt mijn haar tegenwoordig vaak aan de rugleuning vast. De eerste
keer dacht ik nog: “Oh, niet goed schoongemaakt.” Maar inmiddels is het me
daarvoor te vaak gebeurd. Ja, inderdaad niet goed schoongemaakt, maar
onbegonnen werk denk ik. Het lijkt erop of iedereen ’s morgens een enorme
lading in zijn haar smeert en een deel daarvan achterlaat in de trein. Je kan
moeilijk na iedere reiziger de hoofdsteun poetsen. Ik zit inmiddels minder graag
in dat favoriete hoekje of zit veel rechterop.
Want ik smeer liever niet andermans gel, mousse of lak in
mijn haar.

Reacties
Een reactie posten